Terug naar 1989 - In Concert


achter vlnr:Peter Meuris, Simon Planting, Michael Vatcher, Sebastiaan Koolhovenvoor:Mathilde Santing, Rolf Hermsen
foto:Diana Blok

Rolf Hermsen: gitaren, banjo, zang, synthesizer, metallofoon

richtte samen met Mathilde het ensemble op. Hij levert veel arrangementen, nu en dan composities, is leider en art-director van de groep. Gediplomeerd grafisch ontwerper maar muzikaal autodidact. In het new wave kwartet The Tapes (1972-1982, drie lp's) was hij zanger, gitarist en componist/tekstschrijver. In het laatste jaar van het bestaan van The Tapes raakte hij bevriend met Mathilde. Al snel stond zij met de groep op het podium.

Sebastiaan Koolhoven: viool, gitaren,piano, banjo, synthesizer, marimba

reageerde op een advertentie die Mathilde ooit plaatste in de rubriek 'musici gezocht'. Van talrijke, veelsoortige reacties die ze ontving was de cassette met eigen werk die Sebastiaan haar vanuit Westervoort stuurde een van de weinige die haar nieuwsgierig maakten. Sebastiaan studeerde viool aan het Rotterdams Conservatorium en leerde zichzelf gitaar spelen. Meer en meer profileert hij zich binnen het Ensemble als arrangeur. Zijn nieuwe rol als pianist tijdens de huidige theatertournee is voor de groep van cruciaal belang.

Michael Vatcher: percussie, samples, drums, marimba, metallofoon, hakkebord, bellen

werd geboren in Californie. In 1979 landde hij, na anderhalf jaar New York, in Europa. Hij is percussionist in de allerruimste zin van het woord: hij beoefent zoveel mogelijk muzikale genres en probeert alles uit wat geluid maakt. Zijn laatste grote liefde is de hakkebord, een snaarinstrument dat, zoals de cymbalon, met kleine stokjes wordt aangeslagen. Michael werkte en werkt nog samen met mensen als Maarten van Altena, Tristan Honsinger, Michael Moore en John Zorn en met zijn meest eigen band Available Jelly.

Peter Meuris: drums, percussie, piano, viool, marimba, metallofoon, accordeon, synthesizer, zang

kreeg, als zoon van een pianolerares, op zijn vijfde de eerste lessen op dit instrument. Voor hij achttien was, had zijn instrumentarium zich uitgebreid met viool, klassiek slagwerk en basgitaar. Uiteindelijk koos hij voor het drumstel (hij was drummer bij The Tapes) maar binnen het Ensemble wordt op al zijn vaardigheden een beroep gedaan. Dus speelt hij ook piano, marimba, accordeon en viool.A

Simon Planting: contrabas

is een flexibel en veelgevraagd musicus die ervaring opdeed in een breed scala van muzieksoorten: jazz in big bands en combo's, zigeunermuziek (Fappy Lafertin), chansons, theater- en popmuziek. Simon was gelukkig als freelancer en vastbesloten nooit meer in een vaste groep mee te draaien. Maar net voor hij bij het Ensemble werd gevraagd las hij in een weekblad-horoscoop onder zijn sterrenbeeld dat hij nieuwe kansen serieus moest overwegen. Hij bleek de laatste 'missing link'.




Na de voltooing van Mathilde's debuutplaat beloofden Mathilde en Rolf elkaar dat ze ooit nog eens samen een plaat zouden maken, 'maar dan anders'. In 1985 was de tijd rijp voor het opstarten van dit project en het leek een goed idee eerst een groep samen te stellen, daarmee een live-repertoire op te bouwen en dan, ingespeeld, een plaat op te nemen. Daarna zouden ieders wegen zich waarschijnlijk weer scheiden.
Alles verliep, in grote lijnen, volgens plan. Alleen het scheiden der wegen na Out of this dream lukte niet zo. Het Ensemble werd een steeds hechter spelend gezelschap, kreeg als live-band ook internationaal een reputatie die volkomen los kwam te staan van welke plaat dan ook en ophouden zou eeuwig zonde geweest zijn, onzuinig en onnodig.

Het Ensemble dankt zijn speciale karakter aan de verschillen in achtergronden en interesses van de groepsleden. De muziek die uit deze gecombineerde eigenzinnigheden voortkomt heeft niemand nog in enige categorie kunnen indelen. Dat is leuk aan de ene kant, de keerzijde van de medaille is dat er ook eigenlijk geen goed speelcircuit voor deze muziek bestaat. Zeker de pop-podia, waar het Ensemble zijn eerste live-ervaring opdeed, bleken ongeschikt voor de fijnere puntjes, de breekbare details. De dynamiek van het concert moest worden aangepast aan een constante onderstroom van gezelligheid en biergeluiden.
In de loop van de tijd is dit probleem verdwenen. Met de toegenomen speelervaring is het Mathilde Santing Ensemble nu alle mogelijke situaties de baas, maar ook is er hard aan gewerkt om de juiste locaties, het best mogelijke circuit te vinden. Er wordt nu 'groot', dus met veel instrumenten, versterking en elektronica gespeeld in het theatercircuit en 'klein', dus zacht en met in hoofdzaak akoestische instrumenten in speciaal uitgezochte intieme gelegenheden.
In die kleine categorie valt het project Handbereik dat in het najaar van 1988 is uitgevoerd, een belangrijk wapenfeit in het bestaan van de groep, dat zich evenwel grotendeels in de obscuriteit heeft afgespeeld. Daarom nu iets meer erover.

Toen de groep net bestond kwam Mathilde op het idee om, voor een concertreeks in Londen, een paar try-outs te geven in de eigen oefenruimte. Een podiumpje stond daar al, dus er werden stoelen gehuurd en advertenties in de krant gezet en het Ensemble speelde drie keer in zijn eigen club voor een enthousiast publiekje.

Een jongensdroom, een meisjesdroom bewaarheid. Jarenlang is die droom vastgehouden en in 1987 resoluut de werkelijkheid ingetrokken. Na de oprichting van een 'Stichting Ensemble Humain', die zich de bevordering ten doel stelt van 'de menselijke hand van muziek maken', is bij WVC subsidie aangevraagd voor een tournee langs sfeervolle, ongebruikelijke locaties waar op een speciaal ontworpen podium zou worden gespeeld, met een minimum aan versterking en een maximum aan contact tussen de musici en met het publiek. De aanvraag werd gehonoreerd en samen met Stalles Theaterprodukties is het land afgespeurd naar geschikte locaties. Twintig onvergetelijke (en uitverkochte) concerten waren het resultaat, met hoogtepunten als de spoorweggeluiden bij het optreden in de Eerste Klas Restauratie op het Centraal Station van Amsterdam en de kerkorgelbegeleiding in de Hoornse Oosterkerk. Het idee klopte en de uitvoering ervan is voor herhaling vatbaar.

Het Mathilde Santing Ensemble heeft met veel succes gespeeld in Londen, Zurich, Wenen, Hamburg en andere Europese steden. Buitenlandse hoogtepunten in 1988 waren de deelname aan de festiviteiten rond Berlijn Culturele Hoofdstad en de uiterst succesvolle concerten in New York tijdens het New Music Seminar: 'When Santing left the microphone behind to stroll the club singing Why try to change me now to the accompaniment of a string trio, she gave evidence that sometimes the newest music is a fresh way of treating old musical ideas in a way that reinvigorates them. If there was a discovery at the New Music Seminar, it was Mathilde Santing, whose voice should be heard long after the loud guitars and beat boxes are stilled.' (William Ruhlmann in de New York City Tribune)